Grenzen stellen
Kinderen hebben grenzen nodig om zich te kunnen oriënteren. Hooggevoelige kinderen zijn vaak zo sterk verbonden (één) met de wereld om hen heen dat ze er te veel in dreigen op te gaan. Ze hebben grenzen nodig om houvast te ervaren en een eigen identiteit te ontdekken. Door van een begrijpende maar standvastige volwassene te leren wat aanvaardbaar is kunnen ze gevoel van eigenwaarde ontwikkelen, moed om uitdagingen aan te gaan en vertrouwen krijgen in hun eigen mogelijkheden. Dan leren ze een individu te zijn met eigen behoeften en talenten, te midden van die wereld waarmee ze zich zo verbonden voelen. 
Hoe kun je hooggevoelige kinderen grenzen stellen zonder hen in emotioneel en zintuiglijk opzicht te overweldigen? Enkele suggesties:
Praat rustig en gebruik weinig woorden.
Je kind aankijken en ‘nee’ zeggen zal vaak al voldoende zijn.
Let op je woordgebruik.
Kinderen gaan, vooral als ze nog jong zijn, over het algemeen af op de essentie van een zin, die wordt bepaald door het werkwoord of zelfstandig naamwoord. Zet je het woordje ‘niet’ erbij dan blijft die essentie hetzelfde voor je kind, terwijl jij er het tegendeel mee bedoelt. Intuïtieve en hooggevoelige kinderen zijn erg opmerkzaam en gericht op de kern van zaken, dus ook van zinnen. Probeer bij het stellen van grenzen ontkenningen in zinnen te vermijden om de essentie van je boodschap duidelijk weer te geven.
Bijvoorbeeld:
in plaats van: “Niet aankomen”, liever: “Dat moet blijven staan”
in plaats van: “Niet op de stoel staan”, liever: “Op de stoel gaan zitten”
Geef je kind zelf de verantwoordelijkheid om een ongewenste situatie te beëindigen.
Komt je kind bijvoorbeeld aan een kostbaar voorwerp dan zeg je rustig zijn naam om zijn aandacht te trekken. Op het moment dat hij je aankijkt zeg je: “Nee. Dat moet blijven staan”. Vervolgens wacht je af wat je kind doet. Blijft hij het voorwerp aanraken dan herhaal je je woorden. Eventueel benadruk je ze door naar hem toe te gaan, door je knieën te zakken en hem kalm maar vastberaden aan te kijken. Je herhaalt je woorden nog eens en wacht net zo lang tot hij het voorwerp zelf loslaat of met rust laat. Doet hij dat dan beloon je hem met een blij: “Goed zo”.
Regelmaat
Breng regelmaat aan in dag- en weekindeling.
Regelmaat biedt houvast en leert een kind dat de wereld te vertrouwen is.
Geef gerichte opdrachten.
Als je zegt: “Ruim je spullen op”, dan is de kans groot dat je kind tien minuten later nog niets heeft gedaan. Niet omdat hij je autoriteit op de proef wil stellen, maar omdat hij niet in staat is zelf structuur in die opdracht aan te brengen. Zeg liever “Doe jij de potloden in de doos”, en je zult zien dat het opruimen veel beter gaat.