PRIKKELS !?!? zeg niet zit stil tegen een druk kind
Prikkels. Lange tijd is er veel aandacht voor kinderen met ADHD en autisme, tegenwoordig hoor je steeds vaker over hooggevoelige of hoogsensitieve kinderen. Het is net of er steeds meer drukke kinderen komen. Zijn ze druk of hebben ze het druk? Moeten we in plaats van overprikkelde kinderen niet spreken over een overprikkelende omgeving? Is overprikkeling een nieuwe hype, is het in de mode?
Als kinderen overvoerd raken is het voor hen moeilijk te bepalen wat de boodschap uit de omgeving is. Dat veroorzaakt stress en onzekerheid en het kan leiden tot problemen in de communicatie. Zo kan het contact met de omgeving verstoord raken en kan de ontwikkeling stagneren of zelfs terugvallen. Kinderen kunnen een label krijgen of een diagnose. Ik was laatst op bezoek bij een school voor speciaal onderwijs, toen ik over een bijzonder meisje opmerkte: “Wat is dat een leuk kind”. Waarop de leerkracht antwoorde: “Oh ja, dat is een PDD- Nossertje”. Natuurlijk reageren niet alle leerkrachten zo, maar sommigen kijken alleen oppervlakkig naar kinderen.
Een kind bedenkt strategieën en vertoont afweergedrag. Dat werkt niet altijd goed, zo kan het z’n eigenheid verloochenen. Het kind kan gaan denken dat hij een ziekte of afwijking heeft. Of dat hij slachtoffer van zijn diagnose is en dat hij daarom geen controle heeft over zijn gedrag. Zo kan het kind het vertrouwen in zichzelf verliezen. Wat je bij kinderen die overspoeld zijn kan zien is impulsiviteit, boosheid, lichamelijke onrust, snel afgeleid zijn, wisselende stemmingen, rigide gedrag en een grote behoefte aan structuur. Het is uit ervaring duidelijk dat alleen veel structuur niet helpt om deze kinderen rustiger te maken of om het probleemgedrag aan te pakken. Ze hebben ook veel creativiteit en originaliteit en zijn onderzoekend. Dat moet niet afgeremd worden, anders doe je deze kinderen tekort.
Overprikkeling is een kenmerk dat onder andere genoemd wordt bij AD(H)D, hoogbegaafdheid, ASS, bij angsten, PTSS, hoogsensitiviteit en stress. Door verschillende oorzaken kunnen de hersenen de stimuli niet zo snel verwerken. Daarnaast wordt de wereld voor kinderen steeds ingewikkelder. Ouders en school leggen de lat hoog omdat de maatschappij veel van ons vraagt.
In het boek: “De lichaamstaal van uw kind” van Susan Quilliam worden vier verschillende bewustzijnsstadia beschreven.
Actief, het kind is fysiek en psychisch bezig: speelt, beweegt.
Passief, het kind is fysiek minder actief: leest, kijkt, observeert en is naar buiten gericht terwijl het indrukken opneemt.
Trance, de psyche staat op “pauze”, het kind staart, de aandacht is naar binnen gericht.
Slaap, het kind is zich niet bewust van de omgeving, kan dromen.
De passieve bewustzijnstoestand, de trance en slaap bieden kinderen de gelegenheid te verwerken en te integreren wat er met en om hen heen gebeurd is. Op de eerder in dit artikel genoemde school zei de leerkracht tegen een kind dat niet mee deed: “Weet jij alles al, moet jij niet opletten?” Misschien was dit kind wel in trance, dus bezig informatie te verwerken. Ik vermoed dat kinderen niet genoeg aan passieve en de trance bewustzijnstoestand toe komen, ook hebben kinderen vaak moeite met in slaap komen. Zo raakt het vat te vol, er moet eerst een doorstroming plaats vinden voordat er nieuwe informatie binnen kan komen. Er is overactiviteit, de machine slaat op hol! Dat is zichtbaar in het gedrag. Hoe snel het vat vol is verschilt per kind. Kinderen hebben van nature een grote bewegingsbehoefte. Als voldoende bewegingsstimulans achterwege blijft kan dat gevolgen hebben voor het fysieke systeem en de mentale vermogens. De meeste jongens en sommige meisjes worden vanaf een jaar of 7 motorisch actiever. Dat komt doordat hun spieren en skeletsysteem zich snel ontwikkelen. Het brein heeft daar nog niet voldoende controle over. Dat verklaart dat die beweeglijkheid vaak ongestuurd lijkt. Er is dus niks mis met ze maar toch krijgen deze kinderen vaak te horen dat ze stil moeten zitten. KINDEREN DIE LANG STIL MOETEN ZITTEN WORDEN MOE EN KINDEREN DIE MOE ZIJN WORDEN DRUK!!!!!! Kinderen van deze leeftijd moeten op school steeds langer stilzitten en thuis verdwijnen ze meer en meer achter een beeldscherm.
Wat er voor deze kinderen nodig is en trouwens voor ons allemaal is het volgende:
Tijd en rust om bij te komen en te verwerken.
Duidelijkheid en overzicht (i.p.v. of naast opgelegde structuur).
Spelen en bewegen.
Onderzoeken en experimenteren.
Erkennen en herkennen.
Steun door coaching, begeleiding en afstemming op de individuele behoefte.
EN GEEN PROBLEMATISERING!
TEKENEN: We kunnen kinderen met creatieve oefeningen helpen de informatie opgedaan door input van buitenaf en hun emoties daarbij te laten indalen en betekenis te geven. Daardoor wordt de natuurlijke ontwikkeling gestimuleerd. Het is mooi te zien hoe heerlijk kinderen dit vinden. Tijdens de activiteit lijkt er ruimte te ontstaan, dat lucht op. Er vindt een stimulatie en een verbinding plaats tussen de hersenhelften. Ervaren en verwoorden van de actie, de tekening en de motorische bezigheid geven harmonische groei. Taal, verstandelijke processen: De linkerhelft van het brein wordt aangesproken. Het gevoel, intuïtie, visualisering: de rechterhelft. Het vermogen je te concentreren en te leren is afhankelijk van een goede verbinding tussen de hersenhelften
geschreven door; Heleen Hoezen